Prapratno 1 juli

Nog in Montenegro reden we om de baai van Kotor heen om de grensovergang naar Kroatië te gebruiken. Dit scheelde twee grens passages naar Bosnie-Herzegowina. Inmiddels hadden we wel geleerd dat in dat deel van de wereld een grensovergang een tijdrovende zaak is. Je staat zomaar meer als een uur te wachten. In Kotor en ook rond de baai was het erg druk en er was vrijwel geen plek om even leuk te gaan staan. De baai van Kotor en de plaats zelf zijn erg toeristisch. We zagen cruiseschepen liggen en veel touringcars. De wegen waren daar echter niet heel geschikt voor en erg druk. Uiteindelijk vonden we een stoffige parkeerplaats tussen touringcars. Niet fraai, maar er moest wel gerus worden. We stonden nog geen minuut stil, of daar kwam al een mannetje 10 euro innen. We kregen een handgeschreven bonnetje. Bijna vermakelijk, maar goed, we hebben gerust, konden langs de weg nog wat voorraad inkopen, Pebbles uitlaten en weer zo gauw mogelijk verder rijden, waarna we als snel in de rij stonden voor de grens met Kroatië. Dit duurde gelukkig niet heel lang en na nog ongeveer 70 a 80 km kwamen we aan op een grote camping bij Ston, Autocamp Prapratno. Ston ligt op een eiland, waar je door tunnels op kan en via een grote brug weer afkan. Dat was fijn, want over het vaste land hadden we anders alsnog twee keer de grens tussen Kroatie en Bosnië moeten passeren. De camping was wel goed. Het strandje was openbaar, maar verboden voor honden. Dus de volgende dag vertrokken we weer via die grote brug verder Kroatië in, weer verder noordwaards om de grote hitte wat achter ons te laten.

Eén reactie

  1. Hoi Cor en Wil, ik zie dat jullie genoodzaakt waren om de reisplannen bij te stellen. Wij waren een week na jullie bij de baai van Kotor haha.
    Groeten Bart en Jacqueline

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *